woensdag 25 augustus 2010

wens

Dat er in je tuin drie huizen staan:
verleden, heden, toekomst. Dat je kunt
kiezen waar je vandaag wilt wonen.

Dat je met twee armen de aarde kunt
vasthouden, ook als je net geboren bent.

Dat je geneest als je 1000 kraanvogels
vouwt. Dat je de boom vindt die jouw
lichtminuten bewaart.

Vermoed (2)

Vermoed dat de eerste woorden van de ochtend
slechts het gordijn zijn. Dat de dag erachter ligt.

Vermoed een weiland met onverhard water.
Vermoed kalverliefde. Vermoed dat er iemand is
die met je wil dansen.

Vermoed dat je verlangen zichzelf altijd opnieuw
opent, als een tuin in het voorjaar. Vermoed dat
het erin zit, maar er niet uit hoeft.

Vermoed poorten verder dan het weten, wolken
aan weerszijden van het nu. Vermoed ontaarding
en reizen op luchtwortels.

Vermoed dat de natuur terugslaat, maar mild,
nooit harder dan nodig. Vermoed dat je niet sterk
hoeft zijn.

Vermoed dat jij de enige bent die ziet wat er moet
gebeuren.

Hindelopje

Tjabbe krevelde de kruikhandige kwispels.
Maar de plink liet tetterburend los en ratsj,
daar heuvelde Hindelopje heen.

'Tou, tou!', krijslijsterde de Maarvrouw ,
'gies je lopperd an de flets!' Dot Hindelopje
kun er gen klei van beeke. En fjel.

Dot lukkie Hindelopje. Justnou stell-er a
krienevlieze vattel jouwrine! Kwispelbakkies
fjier en mendevul jottum de provokaviaar.

vergeet niet

Vergeet niet met je armen omhoog in het gras te staan.
Vergeet niet om ruimte te maken voor iets dat misschien
helemaal niet komt.

Vergeet niet je jas van onverschilligheid uit te doen
en je boos te maken, alsof het voor het eerst gebeurt.

Vergeet niet je angst achterop de fiets te zetten en
mee te nemen, overal naartoe. En af en toe een ijsje
te geven.

sneeuw

die avond dat het sneeuwde

alsof duizend vogels
in pure razernij
een wolk plukten

maar in onversneden stukken
omlaag lieten vallen

die avond precies
wil ik je nu vergeten

dinsdag 24 augustus 2010

vermoed

Vermoed een raam in elk mens, ook in tegenlicht. Vermoed dat je precies bent waar je moet zijn en altijd op het beste moment. Vermoed dat winter een trein is die in- en uitstapt, niet de afwezigheid van warmte.

Vermoed dat alles van iedereen is geweest. En voor iedereen. Vermoed dat er alleen geluisterd kan worden waar niet wordt gepraat. Vermoed dat je de enige bent die ziet wat er moet gebeuren. Vermoed dat de natuur terugslaat, maar mild, nooit harder dan nodig.

Vermoed één korenbloem in elk hart. Vermoed grote daden die niet aangekondigd worden. Vermoed het afdwalen achter de ogen, en kijk waar dat naar toe wil. Vermoed hoog gras en daarachter jezelf altijd terugvinden. Vermoed dat je dit alleen kunt lezen als je het zelf schrijft.

hoe

ik vond de paarden
tussen jouw hart
en ik zag hoe
elke avond

de kelken aan je schouders
zich sloten

om dan bij de eerste zon
altijd open te gaan

waarom ik dat allemaal zag
ben ik vergeten
maar nooit hoe